München
Rubrieken : Dagelijks
MÜNCHEN
Woelend in mijn bed. Ik kan niet slapen. Ik doe mijn dimlicht je boven mijn bed aan, om te kunnen kijken op mijn wekker. Ik had hem afgesteld op 7 uur. Het is nu half vijf. Nog anderhalf uur verplicht slapen. Ik draai me nog eens om. Blijkbaar ben ik behoorlijk onrustig, en wil ik nu weten waarom. De laatste dagen, en mijn gedachten op die dagen gaan door me heen. Wat voor gevoelens horen daarbij? Ik ben een meester in het ontdekken van gevoelens, maar ook een meester in het verdoezelen ervan.
Wat kan ik toch moeilijk zijn voor mezelf. Ik bedenk wat aansterkende woorden naar mezelf, en denk nog eens kritisch na. Mijn verleden. Het is niet anders. Zo vaak zeg ik tegen anderen dat je nu eenmaal niets aan het verleden kunt veranderen, en nu laat ik me er zelf door pakken, op een moment dat ik hoor te dromen. In principe hoor ik mijn gevoelens via mijn dromen te verwerken. Ineens herinner ik me, dat ik inderdaad zonet (inmiddels alweer 12 uur geleden) over straat liep, en ik mijn ex tegen kwam, waar ik nog zoveel tegen wilde zeggen. Ik weet echter dat dit een onverwerkt gevoel zal blijven. Ex wil blijkbaar mijn woorden niet snappen.
Zou ik daardoor zonet onrustig wakker geworden zijn?
Ik probeer weer mijn vorige dagen te analyseren; uit elkaar te trekken tot kleine stukjes gebeurtenissen. En probeer zo mijn “onrust” verder te achterhalen. Maar helaas, terwijl ik dit doe, weet ik weer dat dit weinig zin heeft. Syntaxeren zou beter op zijn plaats zijn. De samenloop der gebeurtenissen met elkaar verbinden. Terwijl mijn gedachten verspringen van gisteren naar 11 jaar geleden en vice versa, besef ik me ineens, dat ik er gewoon niet uit ga komen. Ik moet het mezelf maar toegeven. Het is niet anders. Ik forceer mezelf in het blijven liggen in bed. Dat is niet goed, ga er dan uit, hoor ik mezelf ook nog eens bedenken. En dat laatste doe ik dan ook maar. Het moment dat ik mijn been buiten mijn nachtschip zet is vijf over half zes in de morgen. Evengoed nog weer 65 minuten eraf getroggeld.
Ik neem een douche, zoals ik 365 dagen per jaar de dag begin met warmte, en kleed me aan. Ik zet koffie, en voer de verwarming op naar 20 overheerlijke graden. Wat is verder nog het verzwegen geval? Om acht uur, vertrek ik samen met twee dierbare personen naar München. Te verwachten valt, dat ik zes dagen zonder mijn schrijversattributen door het leven zal moeten gaan. Hoe kan ik zonder de garantie, dat ik mijn gedachten ergens een uitlaadklep kan geven. Ik ben aangewezen op het feit mijn gedachten ergens in mijn grijze massa, een bewaarplaats te geven. Dat is in het verleden voor mij erg moeilijk gebleken. Dus moet ik ook maar een schrijfblok met een geliefde pen laten meereizen.
Als alternatief beslis ik verder mijn fotocamera dan maar mee te nemen, en een goed boek. Zal ik ooit nog zonder “het schrijven” kunnen. Mijn gevoel zegt me, dat ik er wel mee dood zal gaan. Mijn laatste woorden zullen wel in mijn gedachten worden geschreven; ik kan het gewoon niet laten. Wat zal het voor mij een straf zijn, als ik mijn gedachten niet meer zal kunnen of mogen verwoorden. Als je eenmaal hebt leren lopen, wil je ook niet graag in een rolstoel zitten. Oh ja…straks, om acht uur, stap ik in een auto, waar ik lang van gedroomd heb. Kreukelzones, centrale deurvergrendeling, stuurbekrachtiging, en weet ik wat al niet meer, beenruimte voor een olifant, een muziekinstallatie als in mijn woonkamer, en een rijgedrag en wegligging die mij weer plezier gaan geven aan het autorijden. Een topmerk auto, waar je van mag dromen… Mercedes. Was het dat? Ik wilde niet dromen, maar wakker zijn, en de tijd sneller laten gaan, om maar zo gauw mogelijk weg te gaan en te genieten van mijn vakantie. Genieten, nu het nog kan. Morgen kan ik het misschien al niet meer, wie weet…
En zo was het de komende dagen…
Tags: München


